biblio.globalternatives.nl


powered by Google

Intro
Nieuw/Aanraders
Besprekingen
BIBLIOTHEEK
Literatuur: BESPREKINGEN

Good and Bad Power
The Ideals and Betrayals of Government


Auteur: Geoff Mulgan
Uitgever: Penguin Group, London, 2006
Besproken door: Margies Kaag,
met dank aan Linda van Ekeren voor de correcties


Om het boek te laten passen in de bibliotheek van Vóór de Verandering ben ik eerst op zoek gegaan naar het standpunt van de schrijver over neo-liberalisme. Het is niet het onderwerp van zijn boek maar hij heeft er wel een standpunt over. Ik vond het op bladzijde 72 en 73.
De dominante ideologieën, zegt Mulgan, zijn het communisme en het neo-liberalisme. Beide wijst hij af: het communisme omdat het vijandig is tegen de familie, het spirituele denken en zich niet bekommert om het milieu,
het neo-liberalisme omdat het eenzijdig gericht is op materiële vooruitgang.
Beide ideologieën richten zich op middelen zoals rechten, eigendom, markten en constitutionele processen in plaats van op doeleinden.
En met die doeleinden is Mulgan beland bij waar hij het over wil hebben, namelijk de moraliteit van bestuur en de dienende overheid.

Zelfs in de perioden dat de overheid nog uit de koning, kalief of keizer bestond, was het idee van een dienende heerser algemeen. Dienen betekende dan (blz. 43 en 44) dat men als vorst zich niet verrijkt, maar sober leeft en dat men de instemming van de bevolking heeft waarover men heerst. Dat wordt Harun al-Rashid voorgehouden door zijn leermeester in de verhalen van duizend-en-een- nacht.
Mulgan betrekt zijn kennis uit zeer verschillende bronnen, ook sprookjes!

Dienen van de staat, en verderop in het boek van de internationale orde, verdeelt hij in vier onderwerpen:
  • protectie tegen vijanden en tegen de elementen,
  • bevorderen van welvaart, waaronder gezondheidszorg, primair onderwijs, infrastructuur en dergelijke,
  • handhaven van recht en orde,
  • kennen en spreken van de waarheid. (dit laatste onderwerp wordt verhelderd in hoofdstuk 13, dat in deze bespreking verderop wordt behandeld)

    Bij alle vier onderwerpen vermeldt Mulgan ook de keerzijden.
    Zijn diverse voors en tegens zijn gedetailleerd en komen in een samenvatting niet voldoende uit de verf; men moet het boek zelf lezen.

    Voor onze bibliotheek is zijn informatie over welvaartsbevordering het meest van belang.
    Bevorderen van welvaart is niets nieuws maar heeft wortels tot het derde millennium voor Christus (blz. 49). Het gaat daarbij steeds om welvaart voor een zo groot mogelijke groep, zoals voorgestaan door Socrates (vijfde eeuw voor Christus) of Ashoka, een groot heerser in India uit de derde eeuw voor Christus. De boeddhistische filosoof Nagarjuna uit de tweede eeuw na Christus adviseerde vorsten om doktershulp en ziekenhuizen te verstrekken. En in de vijfde eeuw na Christus. vermeldt een bezoeker uit China de ruime publieke gezondheidsvoorziening in Noord-India.
    Zowel de christelijke waarden uit het Nieuwe Testament als de Islamitische uit de Koran bevorderen het letten op de behoeften van armen. In gebieden met grote migratie is het moeilijk dat niet door plaatselijke gemeenschappen, maar van staatswege te garanderen. Men deelt niet graag met nieuw-komers. Politiek Links vormt echter ook in die gebieden een grote bereidheid te delen (blz. 53).
    Dienen vereist moraliteit en die leert men in het gezin en de kleine gemeenschap, waar ouders en plaatselijke leiders de rollen vervullen binnen de vier onderwerpen die hierboven genoemd zijn voor de staat.

    De staat zelf werd het antwoord op de noodzaak tot regulering naarmate gebieden dichter bevolkt werden. Maar omdat staten geneigd zijn zichzelf te bevoordelen, macht corrumpeert immers, werd het noodzakelijk de staat zelf aan banden te leggen. Deze banden werden bevochten in opstanden en revoluties.
    De middelen die ontstonden kan men globaal indelen in vier groepen:
  • verkiezingen tussen meerdere kandidaten die met elkaar wedijveren,
  • regels en wetten om de staat te beteugelen en meer recent het fenomeen van arbitrage door een derde, onafhankelijke partij in conflicten tussen burger en staat,
  • verdeling van machten,
  • openheid en zichtbaarheid door vrije media en vrije toegang tot informatie.

    Democratie is één van de staatsvormen, begonnen ongeveer twee eeuwen geleden (als men abstraheert van de embryonale vorm uit Athene die nog vóór de christelijke jaartelling er was). John Adams zei (blz. 12 en blz. 161) in het begin van de Amerikaanse onafhankelijkheid dat democratie niet lang zou duren en zichzelf snel verspilt. Niettemin zijn er tegenwoordig zo'n 120 democratieën op aarde. En een grote meerderheid van de wereldbevolking gelooft erin.
    Alle gevaren van voorgaande staatsvormen gelden ook voor de democratie. En omdat er in democratie veel gediscussieerd wordt, is er het extra gevaar van verzanden in abstracties van woorden. Het gaat niet om wat de overheidsdienaren zeggen, maar om wat ze doen.

    Democratie is nog steeds in ontwikkeling en de nieuwste fase heeft te maken met het bevrijden van mensen van de staat (blz. 320). Het gaat erom mogelijk te maken dat staten dusdanige infrastructuren scheppen dat mensen er zelf een eigen wereld kunnen vormgeven. In economieën wil 'eigen wereld vormgeven' betekenen: het opstellen van wetten, regels en beschikbaar stellen van gelden. In de maatschappij gaat het om wettelijke, financiële en praktische ondersteuning van sociale bewegingen, ondernemingen en activisten. In het persoonlijke leven houdt het in: opvoedkundige, financiële en adviserende steun verschaffen zodat mensen hun eigen leven en carrières vorm kunnen geven.
    Helaas staat dit boeiende stukje alleen in de tien samenvattende argumenten die Mulgan op het eind van zijn boek presenteert. Het wordt wel op sommige plaatsen gesuggereerd, maar niet op systematische wijze, en dus zichtbaar, in zijn boek uitgewerkt.

    Democratie in de oude of nieuwste vorm kan alleen met een minimum aan corruptie bestaan bij een oplettende bevolking die in staat is actie te voeren waar dat nodig is (hfdst. 12, blz. 226-251). Want als de bevolking niet geïnteresseerd is, kunnen dappere journalisten schandalen ontmaskeren zonder dat het effect heeft.
    Bij onderdrukking is gestaag verzet met individuele opofferingen invloedrijk gebleken, voorbeelden hiervan zijn Mahatma Gandhi, Martin Luther King, en anderen. In een volwassen democratie kan de bevolking zonder gevaar demonstreren.
    Contact tussen overheid en bevolking gaat voor een groot deel via gesprekstechnieken, waarbij internet een groeiend aandeel heeft. In dat gesprek zal de overheid de bevolking ook vormen en dat vormen niet geheel overlaten aan media, adverteerders en religies. (blz. 250). Dit element in Mulgans visie is opmerkelijk meen ik, want het laat zien dat hij meer vertrouwen in een overheid heeft die gecontroleerd kan worden, dan in ongecontroleerde andere grootheden als media, adverteerders en religies.
    Het op elkaar inspelen van overheid en bevolking maakt deel uit van bewuste evolutie, zegt Mulgan (nog steeds blz. 250). Zijn denken in termen van evolutie maakt hij heel expliciet in een afsluitend hoofdstuk (hfdst. 16) waar de democratiserende overheid gepresenteerd wordt als een kunstwerk in wording.

    Mulgan als voorstander van openheid van bestuur wijdt hoofdstuk 13 (blz. 252-271) aan de vraag 'wat is waarheid en wat is kennis?' Allereerst is er de kwestie van tolerantie; een overheid moet zo tolerant mogelijk zijn en ook haar bevolking daartoe brengen, er zijn immers meerdere waarheden. De bevolking wordt overstroomd door informatie, en media kunnen zowel gal-spugen als moedig onderzoeken. Media zelf zijn vaak niet blij met kritiek op eigen onderzoek.
    Overheden zijn zeer afhankelijk van informatie en kunnen ten prooi vallen aan grove onjuistheden. Hun geheime diensten hebben bovendien neiging bepaalde dreigingen te overschatten, terwijl zij zelf gericht zijn op wat ze willen horen.
    Open netwerken en open bronnen zijn een bescherming tegen misleiding.
    Systemen van validatie (bevestigen van wat waar is) en inschakelen van derden werken momenteel met name in globaal verband. De Europese Unie hecht aan de mening van bevolking en staten als externe validator.
    Echter 'waarheid en niets dan de waarheid' is een benadering die volgens Mulgan niet kan bij de overheid. En waar volstrekte openheid niet mogelijk is, bijvoorbeeld om veiligheidsoverwegingen, maar ook omdat bestuurders soms rustig moeten kunnen nadenken en brainstormen, moeten andere wijzen van beoordelen in de plaats komen.
    Ook meent Mulgan dat bepaald onderzoek naar nieuwe technieken het best overgelaten kunnen worden aan diensten binnen de overheid (zoals het leger), wanneer korte termijn denken van markt-partijen schadelijk zou zijn bij innovatie. Om dezelfde reden dient de overheid een budget te hebben voor innoverend onderzoek.


    'Kan een overheid de hele wereld dienen?' vraagt Mulgan zich af (hfdst. 14 blz. 272-305). Daarbij heeft hij het in de eerste plaats over naties die daarvoor in aanmerking komen, met name Amerika en China (blz. 290). Beide wijst hij af vanwege hun eenzijdige belangen en geneigdheid grondstoffen te controleren.
    Hij neemt (blz 292-302) de VN en de EU als voorbeelden van machten die groeien in moraliteit in de vier onderwerpen die hij aanduidde voor staten. Echter de deelnemers aan die machten, de staten, zouden om te mogen deelnemen bepaalde waarden moeten onderschrijven. Bij de VN is dat niet het geval en dan kun je een situatie krijgen dat bijvoorbeeld Libië voorzitter is van de Mensenrechten Commissie of dat Saudi-Arabië over de positie van vrouwen mag praten (blz. 303). In deze is hij positief over de WTO. De kritiek van Vóór de Verandering op deze bij uitstek neo-liberale instantie komt niet in beeld.
    Het EU-model van bestuur met een grote rol voor NGO's (blz.304) wordt door hem aanbevolen. De neo-liberale koers van de EU blijft buiten beschouwing.

    Dienstbaarheid aan de toekomst is één van de laatste onderwerpen in het boek (een heel kort hoofdstuk 15 blz. 306-311).
    In de oudheid was het de taak van de stam-oudsten om los te staan van de druk van iedere dag en verdere consequenties van beslissingen te bekijken.
    In moderne tijden dient er een speciaal instituut te zijn, Mulgan noemt de Britse Strategy Unit en het Franse Commisariat du Plan. (Voor Nederland had hij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid kunnen noemen. Maar ook dit soort instanties kunnen meegaan in de mode van de tijd, zoals de WRR in de tachtiger jaren de neo-liberale aanbod-economie voor de Nederlandse overheid aanbeval, waarvan we nu de nadelige consequenties ervaren.)
    Mulgan noemt de nieuwe vormen van massale publieks-consultaties in verband met de toekomst zoals die gehouden worden in Oregon (Amerika) en Alberta (Canada).


    Conclusie
    De boodschap van dit boek is het samenspel van overheid en bevolking in een ontwikkeling van vormen van bestuur, waarin moraliteit in dienstbaarheid haar uitdrukking vindt. Het gaat om een evolutionair proces dat nooit af is; de overheid noemt hij 'een kunstwerk in wording'.
    Democratie is een relatief laat product in deze evolutie. Haar embryonale vorm dateert uit de Griekse oudheid in Athene, maar voor landen begint democratie zo'n tweehonderd jaar terug.
    Er zijn beginnende democratieën en rijpere.

    De nieuwste elementen lijken me een drietal:
  • mogelijk maken dat staten dusdanige infrastructuren scheppen dat mensen zelf een eigen wereld kunnen vormgeven (zoals omschreven in zijn slot argumentatie punt 7 op blz. 320),
  • vormgeven van een wereldregering (hfdst. 14),
  • dienstbaar zijn aan de toekomst (hfdst. 15)
    Deze drie elementen zijn in het boek in de kern aanwezig en we zullen die zelf verder moeten uitwerken, waarbij we Mulgans concept van moraliteit in dienstbaarheid in vier onderwerpen kunnen gebruiken.

    De interessante details van dit bijzondere boek van Mulgan gaan in een samenvatting verloren. Ze onderstrepen zijn evenwichtigheid en zijn nergens te veel of overbodig.


    Margies Kaag, juli 2007






  • (Boek-)besprekingen

    Good and Bad Power; The Ideals and Betrayals of Government
    Auteur: Geoff Mulgan

    Het bedrijfsleven aan de macht
    Auteur: David C. Korten

    Onzichtbaar achter glas; onderzoek naar de bijdrage van illegalen in de glastuinbouw van het Westland
    Auteurs: Ahmed Benseddik, Marijke Bijl

    De ontketende kiezer: vrijheid en democratie in een sociale economie Auteurs: Thomas Cool & Hans Hulst

    Begroten met een menselijke bril; handboek voor gender budget initiatieven
    Auteurs: Jacintha van Beveren, Thera van Osch, Sheila Quinn

    Het grote gelijkheidsvisioen van Edward Bellamy
    Oorspronkelijke titel: Equality (1897)
    Vertaling/bewerking: Bram Snoek, in opdracht van de Internationale Vereniging Bellamy



    Developed with QwikZite (version 1.12)