|
|
 |
Literatuur: BESPREKINGEN
Het bedrijfsleven aan de macht
Auteur: David C. Korten
Uitgever: Lemniscaat, Rotterdam (2003)
Besproken door: Maurice Claessen
(eerder gepubliceerd in Ravage, #9 1 juli 2005)
Na het verdwijnen van de mondiale tegenstelling tussen kapitalisme en communisme leek het er even op dat het kapitalistische kamp zich kon profileren als politiek en sociaal-economisch superieur. Nu is dit ook wel gebeurd. De afgelopen vijftien jaar heeft zich echter een heftige discussie ontwikkeld wat betreft het nut, de rechtvaardigheid en wenselijkheid van de huidige mondiale sociaal-economische verhoudingen. Voor- en tegenstanders hebben in een omvangrijke reeks publicaties uiteengezet waarom de huidige situatie en het huidige beleid nou zo goed of zo fout zijn. Door de grote diversiteit in standpunten en de kwaliteit van dit aanbod bleek het niet altijd makkelijk helder inzicht te krijgen in de talrijke aspecten van de neoliberale, of kapitalistische, of economische globalisering, of hoe je de veranderingen in de huidige mondiale economische verhoudingen ook noemen wilt.
Korten geeft met zijn Het bedrijfsleven aan de macht ieder de mogelijkheid kennis op te doen van de velerlei verschillende facetten van deze mondialisering. Het boek beschrijft hoe economische en politieke middelen van burgers worden overgeheveld naar grote bedrijven en mondiale financiële instellingen via de "democratische" vrije markt en binnen het huidige financiële systeem. Het bedrijfsleven aan de macht is echter niet enkel een inleidend boek. Het ontwikkelt tevens een intellectueel kader van waaruit de huidige economie en het economische denken kan worden geanalyseerd. Als louter een introductie in het huidige ontwikkelingsdebat is het boek dan ook wel een flinke pil (zo'n 456 pagina's). Iedereen die is geïnteresseerd zal het boek echter wel doorkomen. De schrijfstijl is namelijk duidelijk (ook de Nederlandse vertaling van de tweede versie is goed te lezen) en de analyses worden helder uiteengezet.
Naast de te verwachte kritiek vanuit de kapitalistische of neoliberale hoek is het boek in brede kring positief ontvangen. Van Desmond Tutu tot de Financial Times zogezegd. Het bedrijfsleven aan de macht is vrij snel verworden tot wat veel mensen zien als een klassieker van de andersglobaliseringsbeweging en is vereiste literatuur op vele universiteiten. Het boek is vertaald in dertien talen, van de tweede editie heeft Lemniscaat een Nederlandse versie uitgegeven. De oplage ligt nu tegen de honderdduizend aan en alle royaltys die het boek oplevert gaan naar het People-Centered Development Forum.
De globaliseringdiscussie van de afgelopen anderhalve decennia wordt gekenmerkt door grote verschillen in opvattingen over economische en ecologische ontwikkeling en sociale en politieke rechtvaardigheid. Korten zelf is bij aanvang al duidelijk over zijn visie; bondig gesteld leidt de huidige vorm van globalisering tot de vernietiging van onze aarde, de verscherping van ongelijkheid en de beroving van politieke en bestaansmiddelen bij miljoenen mensen.
Korten redeneert echter niet vanuit een smalle, radicale politieke opvatting. Zijn ideeën zijn gevoed door zijn praktijkervaring op het gebied van management en ontwikkelingswerk. Als jonge republikein besloot hij armoede te bevechten door kennis te verspreiden over ondernemerschap en modern bedrijfsmanagement. Niet eens zozeer uit betrokkenheid met arme mensen, eerder uit angst voor socialistische revoluties. Met een studie bedrijfskunde en een doctorstitel in organisatietheorie heeft hij jarenlang op hoog niveau bijgedragen aan de realisatie van de huidige economische verhoudingen. Gaandeweg zijn werkzaamheden, met het hieraan gekoppelde lange verblijf in de Filippijnen, realiseerde Korten echter dat van bovenaf opgelegde ontwikkelingsstrategieën niet werkten, omdat samenlevingen alleen zichzelf naar een beter leven kunnen ontwikkelen. Toch zag hij dat de meeste ontwikkelingsprogrammas de controle over plaatselijke bestaansbronnen overdroegen aan steeds grotere, gecentraliseerde instellingen die geen verantwoording aflegden aan de plaatselijke bevolking. Zoals hij zelf schrijft begon hij het verschil te zien tussen wat economische groei bevordert en wat leidt tot een beter leven voor de mensen zelf.
Na gedesillusioneerd te zijn geraakt in de officiële ontwikkelingsinstanties, hij was werkzaam bij de Ford Foundation en de Amerikaanse ontwikkelingsinstantie USAID, begaf Korten zich in de wereld van de non-gouvernementele organisaties. Samen met enkele anderen richtte hij in 1990 het People-Centered Development Forum op, een mondiaal netwerk van mensen die samenwerken voor het ontwikkelen van een toekomstvisie waarin de mens centraal staat. Hij keerde terug naar de VS om daar informatie te verspreiden over de schadelijke gevolgen van het Amerikaanse beleid, werd medeoprichter van het Positive Futures Network en is tot de dag van vandaag druk bezig om via verscheidene fora de destructieve en onrechtvaardige effecten van de huidige economische ontwikkeling duidelijk te maken en te benadrukken dat een duurzame, op de mens gebaseerde, ontwikkeling moet worden gerealiseerd. Na Het bedrijfsleven aan de macht schreef Korten The Post-Corporate World: Life after Capitalism en maakte hij een wezenlijke bijdrage het rapport van het International Forum on Globalization (IFG); Alternatives to Economic Globalization.
Het bedrijfsleven aan de macht begint met een schets van de huidige stand van zaken. De groei in de welvaart van vele mensen na de Tweede Wereldoorlog, de opkomst van machtige mondiale instellingen en de focus op economische groei en de uitbreiding van handel hebben voor het grootste deel van de wereldbevolking weinig verandering gebracht in hun sociaal-economische positie. Armoede blijkt wereldwijd weinig te zijn teruggedrongen, de aarde wordt uitgehold en het verschil tussen arm en rijk is dramatisch gegroeid. Het bedrijfsleven, dat uitgroeit tot 's werelds machtigste economieën, koloniseert steeds meer facetten van het leven van mensen. Korten stelt dat een groot deel van deze negatieve ontwikkeling kan worden toegeschreven aan het falen van instituties als regeringen en dergelijke, omdat die zich niet richten op werkelijke verbetering van het leven van mensen maar zich meer bezig houden met zaken die hier niet direct mee van doen hebben of juist negatieve gevolgen te weeg brengen. Zo bekritiseert hij het idee van economische groei waar de afgelopen decennia zo op is gehamerd. Typisch voor de helderheid van veel van zijn analyses is zijn constatering dat het aantal mensen dat in absolute armoede leeft gelijke tred heeft gehouden met de bevolkingsgroei in de periode vanaf 1950. Dezelfde periode als waarin de mondiale productie is vervijfvoudigd. Net zo sprekend is zijn waarneming dat zeventig procent van de economische groei zich heeft voorgedaan in juist die dertig procent van de economische activiteiten die ons natuurlijk kapitaal aantasten, de meest giftige stoffen produceren en niet-duurzame energie consumeren.
Volgens Korten is het zaak om onze mondiale economie te veranderen en ons te richten op het duurzame welzijn van alle mensen. Om dit te kunnen realiseren zouden we ons moeten richten op twee prioriteiten.
1) het menselijk gebruik van het milieu in evenwicht brengen met het herstellende vermogen van het ecosysteem.
2) voorrang geven aan de verdeling van beschikbaar natuurlijk kapitaal om iedereen de mogelijkheid te geven om in voldoende mate in haar primaire behoeften te kunnen voldoen en zich volledig te kunnen ontwikkelen.
Deze verandering wordt echter gedwarsboomd door obstakels, waaronder de belangen van het bedrijfsleven. Dat heeft namelijk wel profijt bij het verheffen van economische groei tot het organisatieprincipe van de politiek. Om haar belangen ten volste te kunnen behartigen probeert het bedrijfsleven niet alleen economische maar ook politieke macht te verwerven.
Korten beschrijft hoe dit obstakel zich door de tijd heen heeft ontwikkeld en concentreert zich op de immense groei aan macht van Amerikaanse bedrijven sinds hun ontstaan. Hij richt zich voornamelijk op de ontwikkeling van het bedrijfsleven in de VS, omdat dit land een dominerende rol heeft gespeeld bij de vorming van de mondiale instellingen zoals de Wereldbank en dergelijke. Dit is jammer want een zelfde beschrijving van de Europese situatie zou ook niet hebben misstaan. De ideologische onderbouwing van de kolonisatie van ons leven door het bedrijfsleven wordt helder uiteengezet en bekritiseerd. Het huidige vrijmarktdenken wordt vergeleken met de opvattingen van denkers als Adam Smith en Ricardo. Twee mensen die zeer vaak als klassiekers van het liberale denken worden aangehaald. De fundamentele verschillen tussen de klassiekers en moderne kapitalisten en liberalen en de vele kromme redeneringen van die laatsten komen daarbij duidelijk naar voren.
Een belangrijk concept voor Korten met betrekking tot de macht van het bedrijfsleven is het 'democratisch pluralisme', 'een bestuursvorm die is gebaseerd op een pragmatisch, institutioneel evenwicht tussen de krachten van de overheid, de markt en de burgers van de samenleving'. Hierbij vormt de politiek de bestuurlijke vertaling van de wensen van de maatschappij en de economie, of de markt, het middel om in de behoeften van de maatschappij te voorzien. Volgens Korten trok het Westen aan het langste eind ten opzichte van de marxistisch socialistische landen vanwege dit pluralisme in plaats van de omarming van een extremistische ideologie, een linkse dan wel een rechtse.
Het probleem met de globalisering is dat het Westen net zo'n extremistische weg is opgegaan als de Sovjet-Unie wat betreft de concentratie van macht. In plaats van ons te laten inpalmen door een onverschillige en niet-aansprakelijke staat laten we ons nu inpalmen door onverschillige en niet-aansprakelijke bedrijven. De economie wordt minder ontvankelijk voor wat mensen en de aarde werkelijk nodig hebben naarmate onze mondiale economie meer wordt ingekleurd naar het ideaal van de vrije markt.
Het idee van vennootschap bijvoorbeeld, dat door vrije marktdenkers wordt omarmd, is een constructie waarbij een haast onbegrensde concentratie economische en politieke macht kan worden gecombineerd met een minimale verantwoording naar de samenleving toe. Korten ziet de huidige wereldmaatschappij vervallen in onbalans waarbij het bedrijfsleven een onevenwichtig grote invloed heeft verkregen ten opzichte van politiek en maatschappij.
Korten gaat verder met het uitwerken van hoe het bedrijfsleven deze invloed weet te verkrijgen. Zo behandelt hij het proces van cultuurvorming onder de elites. Deze cultuurvorming zou het voor elites niet mogelijk maken om de huidige problematiek te kunnen inzien en hen daardoor niet bereid maken hiernaar te handelen. Korten beschrijft ook de manier waarop het bedrijfsleven probeert de cultuur te vormen van gewone mensen, via de vele vormen van marketing, van reclame tot het uitgeven van 'lesmateriaal' op scholen. De uiteenzetting van hoe het bedrijfsleven politieke invloed verkrijgt geeft een haast ontstellend beeld van de wereld van de door het bedrijfsleven ruimhartig gefinancierde juridische, 'maatschappelijke' en politieke adviesgroepen, lobbygroepen campagneorganisaties, rondetafels en public relations bureaus. De politieke invloed van het bedrijfsleven komt tevens naar voren in de beschrijving van het veranderingsproces die bijvoorbeeld de Wereldbank, het IMF en de WTO hebben doorgemaakt. 'Deze instituties, die in het leven zijn geroepen om de mensheid te helpen, zijn verworden tot instrumenten die ons allemaal dwingen te handelen op een wijze dat destructief is voor onszelf, onze samenlevingen en de aarde'.
Het huidige financiële systeem wordt door Korten als een belangrijk middel gezien om de invloed van burgers en de verantwoordelijkheid van bedrijven te minimaliseren. Een systeem van grote institutionele beleggers en speculatieve investeringen in hedge fondsen en monetaire fluctuaties. Hoewel grote ondernemingen en beleggingsinstanties dit systeem hebben nagestreefd zijn haar krachten nu zo sterk dat zelfs de machtigste bedrijven haast verplicht zijn hier naar te handelen... met dit voordeel dat wanneer ondernemingen op een juiste wijze naar dit systeem handelen hun winsten weergaloos kunnen groeien terwijl, zonder enige verantwoordelijkheid, het netto effect voor de rest van de mensen en ecologische systemen vernietigend zijn. Er worden geen huizen mee gebouwd, geen voedsel verbouwd, nee zelfs geen broodnodig mobieltje geproduceerd.
Korten beschrijft ook de wijze waarop de mondiale economie dient te worden verandert in een duurzame, op de mens gebaseerde, variant. Met concrete beleidsideeen geeft hij vervolgens aan op welke wijze mensen de politieke en de economische ruimten kunnen heroveren. Als maatschappelijke kracht die deze transformatie als enige zal kunnen doorvoeren richt Korten zijn hoop op de 'beweging van de levende democratie'; de benaming die hij geeft aan de bonte verzameling van groepen die bij anderen weer bekend staan als de andersglobaliseringsbeweging. Een beweging die, naast dat het in Nederland nou niet echt indrukwekkend groot is, met wisselend succes onrecht heeft aangekaard maar die nog weinig daadwerkelijke wijzigingen heeft kunnen opleggen aan politiek en bedrijfsleven.
Het is jammer dat Korten hier en daar gebruik maakt van generaliseringen die tamelijk bout zijn. Ook is het aantal bronnen waar Korten zich op baseert bij sommige onderwerpen nogal mager te noemen. Volgens sommigen zou Korten een te pessimistische kijk op de wereld hebben. Anderen zullen vinden dat hij te ver gaat met zijn verdediging van de gereguleerde markt als meest efficiënte manier voor de verdeling van goederen en diensten of zijn vertrouwen in de verantwoordelijkheid van de politiek als bestuurlijke vertaling van de maatschappij. Kortom, dit boek staat midden in een van de belangrijkste twisten van deze tijd.
Dit neemt echter niet weg dat het boek, zoals reeds opgemerkt, zeer goed is te gebruiken om jezelf bekend te maken met de diversiteit aan problemen die door de neoliberale globalisering wordt teweeggebracht en de redeneringen van zowel haar voor- als tegenstanders.
Wat de alternatieven die dit boek naar voren brengt aangaat; er zijn tegenwoordig recentere publicaties die deze ideeën uitvoeriger uitwerken.
Neem bijvoorbeeld het IFG rapport Alternatives to Economic Globalization (www.ifg.org), het Real World Economic Outlook van de New Economics Foundation (www.neweconomics.org) en natuurlijk het werk in Nederland zelf van Vóór de Verandering.
Een voordeel van dit boek is dat Korten voorbij het kapitalistische èn socialistische denken gaat. Beide ideologieën hebben bewezen voornamelijk destructieve en oneerlijke sociaal-economische en politieke verhoudingen in maatschappijen te creëren. De huidige stand van zaken schreeuwt om een denken dat voornamelijk voortkomt uit duurzame, menselijke en praktische overwegingen. Nu het nog doen!
Maurice Claessen
|
|
 |
|